“Zeventig tot tachtig procent essen aangetast”

“Een jaar of vier, vijf geleden sprak ik een collega van Staatsbosbeheer. Hij waarschuwde me voor essentaksterfte. Dat wordt echt een ramp, voorspelde hij. Helaas krijgt hij gelijk. Ik schat in dat zeventig tot tachtig procent van ons essenbestand in meer of mindere mate is aangetast. Helaas is een oplossing nog niet in zicht.” 

Beleidsmedewerker Groen, Nico Steur, van de gemeente De Marne is allesbehalve optimistisch over de bestrijding van de de essentaksterfte. Een probleem dat in zijn gemeente, waar zo'n 10.000 essen staan, sinds enkele jaren sterk toeneemt. “We volgen het op de voet en signaleren vooral de laatste twee jaar een enorme toename van de ziekte. Wat we daar aan doen? Zoveel als binnen onze mogelijkheden én budget ligt. Dat varieert van het verwijderen van takken tot het rooien van bomen. We moeten het probleem binnen de bestaande begroting oplossen en kunnen het tempo waarin de ziekte zich verspreidt moeilijk bijhouden. Laat staan dat we de schimmelinfectie een halt kunnen toeroepen.” 

Zelf oplossen

Waar de iepziekte inmiddels onder controle is, en er zieke bomen door resistente rassen worden vervangen, is er voor de essentaksterfte nog geen remedie. “De schimmel die de ziekte veroorzaakt, is een mutatie van de schimmel die sinds jaar en dag in symbiose met de boom leeft. Die mutatie ontstond in Wit-Rusland en is in sneltreinvaart deze kant op gekomen. Tot op heden is er geen remedie. Als die er komt, moeten we die waarschijnlijk in Nederland ontwikkelen. In het buitenland tillen ze vaak minder zwaar aan boomziektes. Ze zien het meer als een speling van de natuur. Wij gaan daar anders mee om.” 

Op de vraag of de bomenwacht/iepenwacht hierin een rol kan spelen, antwoordt Steur bevestigend. “Zeker, maar wat onze gemeente betreft in de eerste plaats in het concentreren en delen van kennis en ervaring. De bestrijding zullen we, uit budgettaire overwegingen, zoveel mogelijk met onze eigen mensen moeten uitvoeren.” 

Herplant iepen

De gemeente De Marne herplant veel iepen uit het Waddenfondsproject. Een deel daarvan gebruikt ze om gaten te vullen die de essentaksterfte achterlaat. Met name langs wegen in het (open) landschap. “We willen sowieso meer soorten combineren en ze ook verder uit elkaar zetten. Niet alleen om kaalslag bij een volgende boomziekte te voorkomen, maar ook omdat teveel bomen dicht op elkaar ten koste gaan van het open landschap. Ze doorbreken bovendien de fraaie zichtlijnen. In ons bomenbeleidsplan houden we volop rekening met de verschillende landschapstypen en locaties bij aan- en herplant. Zo kijken we ook goed naar de bermruimte die wortels nodig hebben. Anders loop je gerede kans dat ze onder de weg doorgroeien, met alle gevolgschade van dien.” 

De iep leent zich bij uitstek voor herplant is de kustregio, weet Steur. “De boom doet het goed in een winderig en zilt klimaat. Veel beter dan bijvoorbeeld de abeel die hier veel is aangeplant, maar hier qua beeld eigenlijk niet zo goed past. Iepen of andere soorten populieren hebben mijn voorkeur. Ook daarom ben ik blij met het herplantproject dat ons meer mogelijkheden biedt om al te grote kaalslag in de kuststreek te voorkomen.”

Essentaksterfte

 

Terug naar het overzicht