De Iep

De iep (Ulmus of Olm) is de meest aansprekende en meest voorkomende boom in Nederland. De iep is zowel ecologisch als cultuur-historisch van groot belang voor het Nederlandse landschap. Tot begin vorige eeuw groeiden er miljoenen bomen langs dijken, wegen en boerderijen. De iep diende als windvanger en deed het goed in zowel de stad als op het platteland. De inheemse loofboom kan tegen een stootje, herstelt snel en groeit net zo makkelijk in een verharde grond als in een park. De 30 meter hoge bomen die weinig onderhoud vragen, kunnen tussen de 400 en 600 jaar oud worden.

Windbrekers

Iepen komen voornamelijk voor langs de kust. Van Zeeuws-Vlaanderen tot en met Groningen en op de Waddeneilanden. Het zijn onmisbare windbrekers en belangrijk voor de kust: zonder deze bomen kunnen de landschappelijke kustbeplantingen zich nauwelijks ontwikkelen. Bovendien leven veel organismen van de iep, zoals kevers, vlinders, mossen en paddenstoelen.

Voordelen

Langs de kust beperken de bomen de kans op het opstuwen van water en overstromingen. Op het platteland en in de stad zorgen groeps- en laanbeplanting voor de nodige luwte, schaduw, onderbreking, verfraaiing en klimaatregulatie. Bovendien is de iep een ideale stadsboom: hij stelt weinig eisen aan de grond, is redelijk bestand tegen luchtvervuiling en laat door zijn open kroon veel licht door.

Terug naar het overzicht